Kansen voor aardwarmte in regio Amersfoort in beeld gebracht
In de regio Amersfoort liggen kansen voor het gebruik van aardwarmte (geothermie) voor het verwarmen van huizen en gebouwen en het ontwikkelen van een aardwarmteproject hiervoor. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat in opdracht van de regio is uitgevoerd. De resultaten geven gemeenten meer inzicht in waar aardwarmte mogelijk een rol kan spelen in de toekomstige warmtevoorziening.
Waar zit de potentie?
Met behulp van nieuwe boringen (onder meer in Ede, Amstelland en De Bilt) en herbewerkte seismische data is onderzocht hoeveel warmte er uit de ondergrond onttrokken kan worden en waar die goed aansluit op de warmtevraag per gebied. Het onderzoek is uitgevoerd door IF Technology.
Het onderzoek laat zien dat aardwarmte vooral kansrijk is in een strook van Baarn via Soest en de zuidkant van Amersfoort en Leusden richting Woudenberg. In deze gebieden ligt de thermische potentie tussen de 5 en 10 MWth, met temperaturen van ongeveer 40 tot 70 graden. Door recente onderzoeksboringen is dit beeld steeds betrouwbaarder geworden. Op de kaart geldt: hoe donkerder rood, hoe groter de potentie.

Meer dan alleen de ondergrond
Of aardwarmte daadwerkelijk haalbaar is, hangt niet alleen af van de ondergrond. Er moet ook voldoende warmtevraag zijn in de omgeving en de bodem moet geschikt zijn om veilig te kunnen boren. Daarom is ook gekeken naar zogenoemde warmteclusters: gebieden waar de warmtevraag groot en geconcentreerd genoeg is voor een collectief warmtenet. Het gaat om gebieden met een warmtedichtheid van meer dan 600 GJ per hectare per jaar en een totale warmtevraag van meer dan 60.000 GJ per jaar. Alleen waar deze factoren samenkomen, ontstaan realistische kansen.
Waar liggen de grootste kansen?
Het onderzoek laat zien dat er in de regio mogelijk ruimte is voor een aantal geothermie-installaties (doubletten). Zo’n installatie bestaat uit twee boringen: één om warm water op te pompen en één om het afgekoelde water terug te brengen in de ondergrond. De kansen verschillen per gemeente:
- Amersfoort
In het zuidwesten van Amersfoort liggen de grootste kansen. De ondergrond heeft een goede potentie vermogens van 5 tot 15 MWth en er is voldoende warmtevraag en -dichtheid. Bovendien is in Amersfoort al een warmtenet aanwezig, wat de ontwikkeling vergemakkelijkt. - Soest
In en rond Soest is de potentie gunstig, met vermogens tussen 2 en 15 MWth. De temperaturen liggen rond de 65–70 °C. Dit maakt de inpassing van één of meerdere geothermie-installaties kansrijk. - Baarn
Ten zuidwesten van Baarn ligt de potentie tussen de 5 en 7,5 MWth, met temperaturen rond de 65–70 °C. Wel zitten er veel breuken in de ondergrond. Daarmee is onzeker of een geothermie-installatie ingepast kan worden. - Leusden
In het zuiden van Leusden ligt de potentie tussen de 5 en 15 MWth met relatief lagere temperaturen van ongeveer 50 graden. Wel zijn er breuken in de ondergrond, wat vraagt om aanvullend onderzoek naar een veilige en haalbare inpassing van een geothermie-installatie. - Bunschoten
In dit gebied zijn de mogelijkheden momenteel beperkt. Door lage temperaturen zijn de potenties lager, daardoor door de afstand en de lagere warmtevraagdichtheid is het realiseren van een systeem financieel uitdagend. In de formatie van Slochteren is een doublet lastig te realiseren breuken in de ondergrond. - Woudenberg
In dit gebied zijn de mogelijkheden momenteel beperkt. Door breuken in de ondergrond lijkt een geothermie-installatie lastig inpasbaar. Bovendien is de warmtevraag in Woudenberg relatief beperkt.
Ondergrond complex, vervolgonderzoek nodig
Ook op provinciaal niveau is onderzoek gedaan naar de potentie van geothermie. Beide studies laten zien dat de ondergrond complex is en dat er nog onzekerheden zijn. Daardoor kunnen uitkomsten op lokaal niveau verschillen, terwijl het regionale beeld vergelijkbaar blijft.
Eén van de vervolgstappen is het verkrijgen van aanvullende seismiek om de ondergrond beter in beeld te brengen. Binnen het landelijke SCAN-programma wordt hier verder onderzoek naar gedaan vanaf dit najaar, onder andere in onze regio. SCAN heeft ervoor gekozen om geen aanvullende seismiek in Baarn te verkrijgen. Dit omdat ze inschatten dat de potentie voor geothermie rondom Baarn laag is door 1) een complexe ondergrond (mede gebaseerd op een SCAN-lijn uit 2020 die loopt tussen Hilversum en Baarn), 2) het nu nog niet aanwezig zijn van voldoende gecentreerde warmtevraag middels een warmtenet, en 3) een verwachte lage doorlatendheid van de ondergrond.
Nog geen besluiten
Hoewel de eerste resultaten perspectief bieden, is nog niet zeker of aardwarmte daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. De huidige inzichten zijn gebaseerd op computermodellen en bestaande onderzoeksdata. De resultaten helpen gemeenten bij het maken van keuzes in hun warmteprogramma’s, maar er zijn nog geen besluiten genomen over concrete locaties of projecten.
Vervolgstappen
Voor meer zekerheid is aanvullend onderzoek nodig, bijvoorbeeld naar breuken in de ondergrond, geschikte wijken, de warmtevraag, mogelijke locaties en de kosten en effecten voor de omgeving. Partijen die met aardwarmte aan de slag willen, zullen vervolgonderzoek moeten uitvoeren naar de haalbaarheid, de aansluiting op het elektriciteitsnet en de benodigde vergunningen moeten aanvragen.
